De kracht van grensontkennend samenwerken

Laatst bijgewerkt:

De woningbouwopgave in Amersfoort is groot. De stad groeit snel en er komen steeds meer woningen bij. Dat betekent meer mensen in dezelfde ruimte en dus meer druk op voorzieningen, groen en leefkwaliteit. Volgens wethouder ruimtelijke ontwikkeling Rutger Dijksterhuis is dat een belangrijke reden waarom gemeente Amersfoort vier jaar geleden het Groen Groeit Mee Pact ondertekende. Met nog bijna zes jaar in het vooruitzicht maakt hij de balans op wat het samenwerkingsprogramma Amersfoort tot nu toe heeft gebracht en waar de praktijk weerbarstig is.

“Als gemeente zijn we over het algemeen heel goed in woningen bouwen,” zegt Rutger, “maar als het groen niet meegroeit, creëren we een ongezonde leefomgeving.” Groen Groeit Mee helpt om die bewustwording te vergroten en vraagt tegelijkertijd om een andere manier van werken. “We zijn het gewend om te denken tot aan de gemeentegrens, maar in de praktijk gaan dossiers als natuur, water en recreatie dwars over die grenzen heen.” 

Rutger Dijksterhuis zit aan de rand van het water
Wethouder Rutger Dijksterhuis, aan het water van recreatiegebied 't Hammetje aan de rand van Amersfoort Vathorst

Binnen Groen Groeit Mee wordt daarom gewerkt volgens het principe van grensontkennend werken: eerst staat het gebied centraal en pas daarna de vraag welke overheid of organisatie waarvoor verantwoordelijk is. “Dat is soms wel spannend, want daarvoor moeten we vertrouwde kaders loslaten. Maar het maakt de samenwerking uiteindelijk een stuk effectiever.”

De Zuidelijke Eemvallei als voorbeeldgebied

In het Groen Groeit Mee voorbeeldgebied de Zuidelijke Eemvallei is deze vorm van samenwerking al goed te zien. Het gebied ligt op het snijvlak van Amersfoort, Soest en Baarn. Rutger: “Omdat er steeds meer mensen in Amersfoort wonen, komt ook een groeiend aantal inwoners hier wandelen en fietsen."

Sommige knelpunten worden hierdoor steeds zichtbaarder. “Veel wandel- en fietsroutes zijn per gemeente of project ingericht, waardoor ze niet logisch op elkaar aansluiten. Dat willen we gaan verbeteren. Ook zien we dat de Eem nu vooral als blauwe snelweg voor de scheepvaart wordt gebruikt, met harde damwanden om afkalving te voorkomen. Dat is verre van ideaal voor de biodiversiteit en voor dieren die hier willen drinken. Vaak denken mensen dat we moeten kiezen tussen scheepvaart en natuur, maar als je het gebied in samenhang bekijkt, zijn er echt wel oplossingen mogelijk. Denk aan andere oeverprofielen of plekken waar natuur meer ruimte krijgt, zonder dat de vaarfunctie verdwijnt.”

Hetzelfde geldt voor ecologische verbindingszones, die natuurgebieden met elkaar verbinden en dieren de ruimte geven om zich te verplaatsen. “Deze kunnen prima samengaan met mooie fietspaden en recreatie, zolang je alles maar in samenhang bekijkt,” aldus Rutger. “Dieren gebruiken vaste routes door het landschap, soms dwars door stedelijk gebied heen. Als je vooraf weet hoe ze zich verplaatsen, kun je dat meenemen in je ontwerp en alle functies combineren. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten.”

Meer plekken om het landschap te ervaren

Naast de Zuidelijke Eemvallei spelen er in en rond Amersfoort meer ruimtelijke vraagstukken waar groen, water en verstedelijking samenkomen. Rutger noemt de Kop van Isselt, waar stedelijke ontwikkeling, water, natuur en infrastructuur dicht op elkaar liggen. Ook zijn er de verbindingen richting de Utrechtse Heuvelrug, die voor Amersfoort steeds belangrijker worden naarmate de stad drukker wordt.

Daarnaast is er de geplande wijk Bovenduist, waar 3.300 nieuwe woningen komen en die wordt ingericht als gebied met een hoge dichtheid aan woningen maar ook veel ruimte voor groen en recreatie. Rutger: “Je ziet dat de focus momenteel heel erg ligt op woningbouw, want daardoor krijgen meer mensen een plek om te wonen en wordt veel geld verdiend. Gelukkig komt de ontwikkeling van groen ook steeds meer op de kaart te staan, zowel binnen als buiten de stad. Wonen wordt gewoon veel waardevoller als er groen in je directe omgeving is. Ik denk dat Groen Groeit Mee er zeker voor zorgt dat dit steeds meer bij gebiedsontwikkelaars en stedenbouwkundigen van de gemeenten tussen de oren komt te zitten.”

Op de voorgrond een bord met de waarschuwing 'wijk in aanbouw', op de achtergrond een leeg weiland met ernaast een woonwijk
Aan de rand van Amersfoort Vathorst wordt de wijk Bovenduist gebouwd.

Het gaat daarbij niet alleen om grote plannen, maar ook om ‘gewone’ plekken waar inwoners het landschap kunnen ervaren. Een voorbeeld is ’t Hammetje, aan de rand van Amersfoort Vathorst, waar stad en landelijk gebied elkaar raken en waar bewoners vanuit de wijk eenvoudig het buitengebied in kunnen lopen. “Zulke plekken laten zien dat het mogelijk is om groen, recreatie en bereikbaarheid als één geheel te ontwikkelen.”

De kracht zit in het netwerk

Naast de bewustwording, heeft Groen Groeit Mee een grote meerwaarde door het bij elkaar brengen van mensen en organisaties. “Ik spreek structureel met partijen die ik anders nauwelijks was tegengekomen. Denk aan Staatsbosbeheer, de ANWB en Schevichoven Groeit! Daardoor ben ik vanzelf meer ‘van buiten naar binnen’ gaan kijken. Je bedenkt eerst wat het gebied nodig heeft en vervolgens wat dat betekent voor Amersfoort.”

Die manier van kijken helpt om keuzes scherper te maken en niet alleen te redeneren vanuit de eigen opgave. Ook richting het Rijk werkt dat door. “Als je kunt laten zien dat je regionaal samenwerkt en groen vanaf het begin meeneemt, sta je sterker in gesprekken over woningbouw en de investeringen die daarvoor nodig zijn.” Groen Groeit Mee biedt daarmee een netwerk en een bestuurlijk kader om groen structureel onderdeel te maken van ruimtelijke besluitvorming.

Lange tijdlijnen maken groen kwetsbaar

Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van groen kwetsbaar. “Groen en water laten zich niet in hetzelfde tempo ontwikkelen als woningen. Wat je vandaag besluit, zie je soms pas over tien of twintig jaar terug in het landschap. Daarom wordt er in de praktijk makkelijk voor andere doelen gekozen, zoals het bouwen van woningen of het verdienen van geld.”

Ook de positie van agrariërs vindt Rutger een zorgpunt. “Boeren staan onder grote druk en hebben te maken met veel onzekerheid, terwijl zij een sleutelrol spelen in het landschap dat we met elkaar willen behouden en versterken. Als keuzes te snel of te eenzijdig worden gemaakt, kunnen zij het gevoel krijgen dat plannen over hen heen worden uitgerold.” Groen Groeit Mee kan dat niet oplossen, maar helpt wel om het gesprek breed te voeren en samen te kijken naar een nieuwe balans tussen natuur, landbouw en recreatie.

Van regionale aanpak naar landelijke schaal

Als Rutger vooruitkijkt, ziet hij Groen Groeit Mee vooral als een instrument voor professionals. “De gemiddelde inwoner weet niet wat Groen Groeit Mee is en dat is niet erg. De waarde zit vooral in wat het programma mogelijk maakt: samenwerken met gebiedspartners, kennis bundelen en met één verhaal naar buiten toe treden.” Hij vindt ook dat de ‘Groen Groeit Mee-methode’ veel breder kan worden toegepast in Nederland. “Denk aan NOVEX-regio’s, waar ontzettend veel ruimtelijke opgaven samenkomen en waar we echt moeten opletten dat groen een plek krijgt. Ik gun ons land dat Groen Groeit Mee in veel meer gebieden wordt uitgerold.”

Voor inwoners van Amersfoort en de rest van Nederland vertaalt zich dat uiteindelijk in een gezondere leefomgeving en een hogere kwaliteit van leven. “Dat is uiteindelijk waar we het voor doen,” besluit Rutger. “De wereld is meer dan beton alleen.”