Een leefomgeving die meebeweegt met mens en natuur

In juni 2025 ging Harry Boeschoten voor Groen Groeit Mee | De Podcast in gesprek met Helma Born, algemeen directeur van BPD Gebiedsontwikkeling. Vanuit haar rol als ontwikkelaar reflecteert Helma op de vraag hoe woongebieden zo kunnen worden ingericht dat mens en landschap gezond kunnen meegroeien met de woningbouwopgave. Het gesprek raakt aan de kern van Groen Groeit Mee: hoe ontwerp je leefomgevingen die niet alleen vandaag functioneren, maar ook op de lange termijn waarde houden?

Dit artikel is een weergave van het gesprek tussen Harry Boeschoten en Helma Born uit juni 2025. Wil je de podcast liever luisteren of kijken? Dat kan via Spotify, Apple Podcasts en YouTube

Helma Born achter de microfoon van Groen Groeit Mee De podcast

Stevige ambitie van BPD

Harry vestigt al vroeg in het gesprek de aandacht op de ambitie van BPD. Op de website van het bedrijf staat dat de woningbouwopgave wordt verbonden met groen en water, met als doel natuurinclusieve en klimaatadaptieve leefomgevingen te ontwikkelen. “Dat klinkt bijna als de mission statement van Natuurmonumenten,” merkt hij op.

Helma herkent die vergelijking. Volgens haar is deze koers een noodzakelijke reactie op wat er om ons heen gebeurt. “De ruimte is schaars in Nederland, dus je móét je daar op een goede manier toe verhouden,” zegt ze. Daarbij wijst ze op de veranderende omstandigheden waarmee bestaande wijken nu al te maken hebben.

De veranderende opgave voor woongebieden

Wat dat concreet betekent, ziet Helma terug in woongebieden die twintig of vijfentwintig jaar geleden zijn ontwikkeld. “We dachten toen dat een bepaalde waterdoorlatende verharding genoeg was voor een noodbui die één keer in de honderd jaar zou voorkomen,” zegt ze. “Die bui kwam ineens veel vaker.” Ontwerpkeuzes die destijds logisch leken, blijken onvoldoende bestand tegen de realiteit van vandaag.

Daar komt bij dat bewoners andere verwachtingen hebben gekregen. “Zeker na corona zien we hoe belangrijk groen dichtbij is. Buitenruimte is niet langer een extraatje, maar een wezenlijk onderdeel van prettig wonen.” Omdat BPD in veel projecten ongeveer twee derde betaalbare woningen realiseert, wordt de kwaliteit van de leefomgeving des te belangrijker. Voor BPD ligt daarin een duidelijke opgave: woongebieden ontwikkelen die uitnodigen tot naar buiten gaan, nu en in de toekomst.

Van projectdenken naar gebiedsgericht werken

Volgens Helma is de sector nog sterk gewend om binnen afgebakende projecten te denken, terwijl veel opgaven zich juist op gebiedsniveau afspelen. “Landschappen, watersystemen en ecologische structuren houden zich niet aan plangrenzen,” zegt ze. “Dat vraagt om een andere manier van kijken en dat zijn we in onze sector nog aan het leren.”

Gebiedsgericht werken betekent voor Helma dat landschappelijke structuren, water, routes voor bewegen en ontmoeten én gezondheid veel eerder leidend worden in het ontwerp. “Je kijkt niet alleen naar woningen,” legt ze uit, “maar ook naar de vraag: hoe werkt deze omgeving voor de mensen die er wonen?” Bij grote gebiedsontwikkelingen wordt die ruimte vaak vanzelf geboden, terwijl het bij kleinere projecten lastiger is om de verbinding met het grotere geheel te maken.

Binnen BPD wordt gewerkt met denkkaders die helpen om aspecten als groen, ontmoeting en beweging expliciet mee te nemen. Die aanpak is onder meer geïnspireerd door het denken over zogeheten ‘Blue Zones’, plekken waar mensen opvallend gezond oud worden. “Dan kijk je heel concreet: zijn er plekken om elkaar te ontmoeten, kun je makkelijk naar buiten en is de omgeving uitnodigend om te bewegen?”

Hiervoor werkt BPD ook veel samen met partijen die specifieke kennis hebben, zoals terreinbeheerders, natuurorganisaties en woningcorporaties. Volgens Helma is het belangrijk om helder te zijn over ieders rol. “Als ontwikkelaar maken wij de praktijk: wij moeten laten zien of iets kan. Corporaties zijn beter in het contact met de bewoners, omdat zij meer kennis hebben van de wijk. Hierover moet je eerlijk zijn met elkaar.”

Investeren in groen en het belang van beheer

In het gesprek komt ook de vraag aan bod wat groene kwaliteit eigenlijk kost. Helma verwijst naar studies van onder andere de Rebel Group, waarin voor het Kromme Rijn Linie Landschap werd berekend dat voor landschappelijke inpassing ongeveer 800 tot 900 euro per woning nodig is. “Dat vind ik geen raar bedrag, maar eigenlijk zegt het me niet zoveel. Volgens mij moeten we ons vooral realiseren dat kwaliteit niet voor niks kan.”

Minstens zo belangrijk zijn de kosten voor beheer op de lange termijn. In dezelfde verkenningen wordt gesproken over ongeveer 150 euro per woning per jaar, een bedrag dat veel moeilijker vrij te maken is. “We zijn in Nederland beter in investeren, terwijl het beheer uiteindelijk bepaalt of de kwaliteit voor mens en natuur blijft bestaan.” Die verantwoordelijkheid kan niet bij één partij worden neergelegd. Uiteindelijk zijn hier gezamenlijke keuzes en langjarig commitment voor nodig, ook nadat woningen zijn opgeleverd.

Kwantiteit en kwaliteit van groen

De vraag die Jannemarie de Jonge in de vorige aflevering aan Helma meegaf, komt hier terug: hoe verhouden kwantitatieve normen voor groen en biodiversiteit zich tot een benadering waarin kwaliteit en identiteit van een gebied centraal staan?

Volgens Helma helpen kwantitatieve normen om het gesprek over groen stevig op tafel te krijgen. “Normen en aantallen zorgen ervoor dat groen niet vrijblijvend is,” zegt ze. “Ze helpen om het onderwerp bespreekbaar te maken en geven houvast.” Maar daarmee ben je er nog niet. “Je moet jezelf ook afvragen of het groen niet meer oplevert als je het bundelt, of als je grotere structuren maakt waarin water en landschap samenkomen.”

Samenwerken aan leefomgevingen met toekomstwaarde

In juni 2025 werd BPD pactpartner van Groen Groeit Mee. In die rol brengt het bedrijf belangrijke praktijkervaring in bij complexe gebiedsopgaven, zoals Gnephoek bij Alphen aan den Rijn. Daar wordt de woningbouw niet los benaderd, maar als onderdeel van een groter landschappelijk geheel.

Dichterbij speelt de grote gebiedsontwikkeling Rijnenburg, waar verschillende opgaven samenkomen. “We zijn daar onder andere bezig met de vraag hoe je een energielandschap in kunt brengen, en op welke manier dat zou kunnen,” aldus Helma. “Het helpt om die vraagstukken binnen Groen Groeit Mee in samenhang te bekijken en het gesprek te voeren over schaal en lange termijn.”

Ook de Tuinen van BPD op het Eiland van Schalkwijk zijn een mooi voorbeeld. Helma: “Dit zijn ‘wachtgronden’ waar nog niet wordt gebouwd, maar waar we al wel materialen laten groeien die de natuur versterken of die we later kunnen gebruiken voor de bouw.” Ook wordt hier gewerkt aan landschap, regeneratieve landbouw en biodiversiteit.

Vraag aan de volgende gast

Aan het einde van het gesprek geeft Helma het stokje door aan de volgende podcastgast, schrijver en adviseur Vincent Luyendijk. Zij is benieuwd hoe hij, vanuit zijn ideeën over de fijne stad, kijkt naar de plek van groen en landschap binnen de veelheid aan opgaven die samenkomen in stedelijke ontwikkeling. Daarmee vormt haar vraag de opmaat voor de derde aflevering van de podcastreeks.