Van Groen Groeit Mee naar Groen Groeit Meer

In aflevering 3 van Groen Groeit Mee | De Podcast gaat Harry Boeschoten in gesprek met Vincent Luyendijk, strateeg, spreker en auteur van ‘De fijne stad’. In dat boek laat hij aan de hand van voorbeelden uit binnen- en buitenland zien wat er gebeurt als niet het verkeer, de regels of het geld centraal staan, maar de mens en de natuur. Dat perspectief vormt ook de kern van het gesprek: formuleren we de opgave eigenlijk wel goed?

Dit artikel is een weergave van het gesprek tussen Harry Boeschoten en Vincent Luyendijk uit september 2025. Wil je de podcast liever luisteren of kijken? Dat kan via Spotify, Apple Podcasts en YouTube

Vincent Luyendijk bij opname Groen Groeit Mee podcast

Volgens Vincent is er meer dan genoeg kennis over groene gebiedsontwikkeling en zijn er tal van voorbeelden in binnen- en buitenland waar groen goed meegroeit. Het probleem is eerder: “We durven de opgave of de uitvraag nog niet genoeg vanuit een ander perspectief te formuleren. Zolang de vraag luidt hoeveel woningen er moeten komen, hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn en hoe snel een gebied ontwikkeld moet worden, blijft groen een sluitpost.”

Verschuif het perspectief

Vincent stelt voor om de vraag radicaal anders te formuleren. “Niet: bouw hier een hele stapel huizen? Maar: hoe maken we een gebied waar mensen de komende vijftig jaar gezond en gelukkig leven? Je moet je perspectief verschuiven om tot andere oplossingen te komen.”

Daarmee sluit hij aan bij wat Jannemarie de Jonge in de eerste podcastaflevering zei over integraal versus integrerend werken. Volgens haar suggereert ‘integraal’ dat je alles vooraf kunt overzien, terwijl ‘integrerend’ gaat over een proces waarin je gaandeweg dingen bij elkaar brengt. Vincent herkent dat. “Je kunt ruimtelijke ontwikkeling niet helemaal plannen aan de voorkant.”

En toch is dat wat we nog vaak proberen. “Dan worden er keuzes gemaakt waar we nog jarenlang aan vasthouden. Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd.” Vanuit zijn ervaring in de digitale wereld ziet hij hoe effectief ‘agile’ werken is, met korte stappen, veel betrokkenheid aan de voorkant en steeds bijsturen op basis van nieuwe inzichten. “Ik mis dat nog een beetje in de wereld van ruimtelijke ontwikkeling.”

Groen als nieuwe definitie van vooruitgang

In zijn boek ‘De fijne stad’ bundelt Vincent voorbeelden uit binnen- en buitenland, van Bogotá tot Rotterdam, waar steden bewust kozen om niet het verkeer of de grondexploitatie leidend te maken, maar de mens en de natuur. Dat blijkt een goede strategie: groenere, socialere straten leveren daadwerkelijk economische en maatschappelijke waarde op.

Een mooi voorbeeld is het autoluw maken van winkelstraat De Laat in Alkmaar. Aanvankelijk stuitte dat plan op weerstand, omdat ondernemers bang waren dat ze hierdoor omzet zouden verliezen. “Het tegendeel was waar,” vertelt Vincent. Doordat er meer groen kwam, en fijne plekken om te zitten, nam de verblijftijd toe. Verder daalde de leegstand en stegen de winkelomzetten.

Ook buiten Nederland ziet Vincent voorbeelden waar groen leidend is. In Vallastaden (Zweden) werd bij de ontwikkeling van een nieuwe wijk bewust afgeweken van het klassieke grondexploitatiemodel en gestuurd op langetermijnwaarden als welzijn, duurzaamheid en ontmoeting. In Kopenhagen vormen groene structuren letterlijk het raamwerk van de stad: als vingers die vanuit het centrum het landschap in reiken. Het laat volgens Vincent zien dat vergroening geen bijzaak is, maar een organiserend principe voor gebiedsontwikkeling.

Economische onderbouwing van groen

Wat zijn verhaal binnen de context van Groen Groeit Mee bijzonder maakt, is dat hij vergroening niet alleen vanuit gebiedsontwikkeling en natuur onderbouwt, maar ook economisch. Investeren in groen levert waarde op voor vastgoed, gezondheid en lokale economie.

Dat raakt aan een ander punt: ons financiële systeem beloont nog te weinig wat groen op lange termijn oplevert. “We moeten stoppen met kortetermijnboekhouden,” aldus Vincent. “Onze grondexploitaties eindigen meestal bij de oplevering van de laatste woning, terwijl de maatschappelijke effecten dan pas beginnen. Daar moeten we een andere methode voor ontwikkelen.”

De vier adviezen vanuit Stichting Natuur & Milieu

In het gesprek komt een rapport van Stichting Natuur & Milieu aan bod, met vier adviezen over participatie, kleinere stappen, bestuurlijk lef en het verbinden van vergroening aan andere opgaven. Vincent herkent zich daarin en plaatst een belangrijke nuance.

“Participatie wordt steeds meer een verplicht vinkje, waardoor het een soort van theater wordt. In ieder project heb je wel een ‘boze buurman’: iemand die all-in gaat om dingen tegen te houden. Terwijl het merendeel van de mensen openstaat voor verandering.” Mensen zijn experts van hun eigen leefomgeving, maar niet iedereen kan zich een betere leefomgeving voorstellen zonder dat die zichtbaar wordt gemaakt. “De boze buurman krijgt nu te veel aandacht, terwijl we de mensen die wel vooruit willen te weinig meenemen in de goede voorbeelden. We moeten ze helpen om te geloven in wat er mogelijk is. Ik noem dat: de kracht van verbeelding."

Stoppen met kortetermijnboekhouden

De kern van de transitie die Groen Groeit Mee wil inzetten zit in het vierde advies: bestuurlijk lef. “We moeten stoppen met kortetermijnboekhouden,” zegt hij. “De huidige grondexploitaties eindigen bij de oplevering van de laatste woning, terwijl de maatschappelijke effecten dan pas beginnen. Zolang gezondheid, klimaatbestendigheid en sociale samenhang niet worden meegewogen, blijft groen financieel kwetsbaar.”

Daarmee reflecteert Vincent expliciet op het pact. “Als ik Groen Groeit Mee lees, heb ik altijd de neiging om er Groen Groeit Meer van te maken. Het voelt nu nog teveel als volgend: we gaan woningen bouwen en groen moet dat tempo bijbenen. Ik vind dat we het om moeten draaien: laten we groen leidend maken, dan gaat de rest vanzelf mee.”

De vervolgvraag die hij aan de volgende podcastgast Mirjam Sterk van de provincie Utrecht wil stellen is dan ook: “Een pact is een intentieverklaring, maar hoe zorgen we ervoor dat we ons hier ook echt aan gaan houden, nu en in de komende vijftig jaar?”