Op 7 februari 2022 ondertekenden bijna veertig betrokken overheden, natuurorganisaties en andere partners het Groen Groeit Mee Pact. Daarmee spraken zij de gezamenlijke ambitie uit om bij woningbouw en gebiedsontwikkeling in de provincie Utrecht groen en water net zo serieus mee te laten groeien als wonen en werken. Zo worden nieuwe woongebieden gezond, toegankelijk en prettig om in te leven. Inmiddels bestaat Groen Groeit Mee uit vijfenveertig partijen. Mirjam Sterk maakt na vier jaar de balans op.
Kort na dit gesprek werd bekend dat Mirjam Sterk is voorgedragen als minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Daarmee draagt zij haar voorzitterschap van het pact over aan een nieuwe gedeputeerde. “Mijn voordracht als minister maakt dat ik dit mooie pact moet loslaten. Ik kijk trots terug op alles wat er al staat en heb er het volste vertrouwen in dat dit pact alleen maar verder door gaat groeien!”
“De provincie Utrecht kent een bijzondere combinatie van opgaven. Utrecht, Amersfoort en Veenendaal groeien en daarmee ook de behoefte van inwoners om naar buiten te kunnen. Tegelijkertijd hebben we nog veel landelijk gebied, zoals het Groene Hart en Eemland. We willen beide behouden en ze op een goede manier voor elkaar openstellen.” Groen Groeit Mee verbindt die werelden. “Nieuwe woningbouwlocaties liggen vaak aan de rand van een stad of dorp. Op die plekken gaat het niet alleen om het bouwen van nieuwe woningen, maar om het ontwikkelen van een leefomgeving in samenhang met het landelijk gebied.”
Dat raakt direct aan hoe mensen hun omgeving ervaren. “Ik denk dat het voor veel mensen belangrijk is om naar buiten te kunnen en in het groen te wandelen of fietsen zonder achterom te hoeven kijken of er een auto aankomt. Voor mij is dat een belangrijk aspect van Groen Groeit Mee: dat de omgeving je uitnodigt om naar buiten te gaan, het landelijk gebied in.”
Provincie Utrecht als pactpartner van Groen Groeit Mee
Binnen Groen Groeit Mee vervult de provincie Utrecht een belangrijke rol. “Wij gaan over de woningbouwplannen in de provincie,” zegt Mirjam, “en daarmee ook over waar gebouwd wordt, waar ruimte is voor recreatie en waar natuur een plek krijgt.” Die keuzes zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en uitgewerkt in de Omgevingsverordening.
Mirjam: “Als een nieuwe wijk wordt ontwikkeld, zoals de Kersenweide bij Odijk, is de gemeente verantwoordelijk voor de inrichting en kijken wij mee of groen en water voldoende worden ingepast. Dat leidt soms tot stevige gesprekken, zeker wanneer plannen al ver zijn uitgewerkt en wij zien dat groen of water nog onvoldoende is meegenomen. Door samen opnieuw te kijken, komen we dan toch nog tot een beter resultaat.”
Kennis, ondersteuning en financiële middelen
De provincie is daarbij niet alleen sturend, maar voegt ook kennis en ondersteuning toe. “Voor ons is Groen Groeit Mee een vast onderdeel van hoe we naar ruimtelijke ontwikkeling kijken. Bij gemeenten zie je vaak dat die afweging pas plaatsvindt op het moment dat er een woonwijk wordt gebouwd. Dan is het eigenlijk al te laat om groen, water en recreatie een volwaardige plek te geven.” Geld speelt daarin een belangrijke rol. “Een projectontwikkelaar verdient meer met woningbouw dan met natuur. Langetermijndoelen als meer biodiversiteit en een betere gezondheid laten zich lastig in euro’s uitdrukken.”
Om dat spanningsveld te verkleinen, zet de provincie gerichte instrumenten in, zoals de Tenderregeling Groen Groeit Mee. Pactpartners kunnen hiermee samen subsidie aanvragen om voorzieningen te realiseren die groen toegankelijk maken. Denk aan een fietspad vanuit een woonwijk het buitengebied in. “Dat soort investeringen zijn vaak lastig te financieren vanuit een reguliere gebiedsontwikkeling,” aldus Mirjam. “Via de tenderregeling maken we dit toch mogelijk, met grote voordelen voor de bewoners van de nieuwe wijk.”
Ook vormt de provincie de schakel naar het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), waarin wordt gewerkt aan wettelijke doelen voor natuur, water, bos en stikstof. “Groen Groeit Mee kan hierop aanhaken, omdat beide programma’s thema’s als biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en water centraal stellen,” legt Mirjam uit. “Voor agrariërs is die verbinding voordelig, omdat we bij Groen Groeit Mee veel expertise hebben op het gebied van recreatie. Boerenbedrijven, die op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen, kunnen hiervoor bij ons terecht. Wij zoeken vervolgens naar financieringsmogelijkheden, ook binnen het UPLG.”
Groen Groeit Mee wordt concreter
Als Mirjam terugkijkt op de afgelopen vier jaar, ziet zij dat Groen Groeit Mee steeds concreter is geworden. “Zonder Groen Groeit Mee was het denken over de samenhang tussen wonen, groen, gezondheid en het landelijk gebied nooit zo ver gekomen. Ook het aantal partners is gegroeid, met nieuwe organisaties vanuit de hoek van recreatie, mobiliteit en gebiedsontwikkeling. Dat zorgt voor een ander gesprek en maakt het makkelijker om al vroeg samen aan tafel te zitten.”
Die ontwikkeling is ook zichtbaar in de voorbeeldgebieden. Groen Groeit Mee werkt met vijf voorbeeldgebieden, waarin partijen samen toewerken naar een gedeeld ontwikkelingsperspectief en kennis met elkaar delen. De focus kan per gebied verschillen. In het Kromme Rijn Linie Landschap ligt de nadruk bijvoorbeeld op een gezond, recreatief toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig landschap. En in het Hollandsche IJsselgebied werken partijen samen aan een waterveilig en klimaatrobuust systeem, waarin natuur, water, recreatie en landbouw elkaar versterken. Mirjam: “Dit zijn trajecten die tijd kosten en waar nu echt stappen worden gezet. In de komende vijf jaar verwacht ik dat we kunnen zeggen: kijk, hier leven mensen dichtbij water en groen, hier kunnen ze het buitengebied in en voelen ze zich gezond en gelukkig.”
Way of living, way of working
Groen Groeit Mee vraagt op dit moment nog om bewuste keuzes en duidelijke afspraken. “De steun vanuit het Rijk is de afgelopen jaren wisselend geweest,” zegt Mirjam. “Dat maakt het extra belangrijk om onze ambities goed te verankeren, zeker als het gaat om financiering.”
Ze hoopt daarnaast op meer beweging richting de agrarische sector. “Verschillende gesprekken hebben al geleid tot aanpassingen in de provinciale Omgevingsverordening. Daardoor kunnen agrariërs in de nabijheid van stedelijk gebied recreatie niet alleen als bijverdienste inzetten, maar er ook hun belangrijkste inkomstenbron van maken. Hoe mooi zou het zijn als in de komende vijf jaar een agrarische organisatie zich als pactpartner van Groen Groeit Mee aansluit?
Daarmee laten we zien dat Groen Groeit Mee geen bedreiging is voor de agrarische sector, maar een kans om de landbouw opnieuw uit te vinden, in samenspraak met de maatschappij.”
Al met al verwacht Mirjam niet dat Groen Groeit Mee eind 2030, wanneer het pact afloopt, al afgerond is. “Het gedachtegoed moet vanzelfsprekend worden, pas dan zijn we klaar: Groen Groeit Mee als way of living én way of working!”