In 2025 vierden we het driejarig bestaan van Groen Groeit Mee met een serie podcasts. Harry Boeschoten, ambassadeur groene gebiedsontwikkeling, ging in vier afleveringen in gesprek met landschapsarchitect Jannemarie de Jonge, algemeen directeur BPD Helma Born, spreker en adviseur duurzame en gezonde leefomgeving Vincent Luijendijk en toenmalig pactvoorzitter Mirjam Sterk. Zij delen dezelfde ambitie en laten tegelijk zien waar het in de praktijk schuurt. Wat betekent het om groen echt mee te laten groeien? En wat vraagt dat van de manier waarop we plannen maken, samenwerken en investeren?
Dit artikel vat het eerste seizoen van Groen Groeit Mee | De Podcast uit 2025 samen. Wil je de podcasts liever luisteren of kijken? Dat kan via Spotify, Apple Podcasts en YouTube.
Groen doet ertoe
Over één ding zijn de vier podcastgasten het eens: groen doet ertoe. Voor gezondheid, voor de natuur en voor hoe mensen hun omgeving ervaren.
Mirjam Sterk, die van 2023 tot en met 2025 voorzitter van Groen Groeit Mee was, ervoer die werking van groen extra tijdens de coronaperiode. “De natuur werd een soort vluchtheuvel,” vertelt ze. Ook Jannemarie de Jonge ervaart steeds sterker haar verbondenheid met de natuur. Aan de tekentafel begin je dan niet bij de vraag wat je allemaal wilt realiseren, maar bij wat een plek zelf nodig heeft om gezond te blijven, nu en in de toekomst.
Helma Born ziet datzelfde besef terug in haar werk bij gebiedsontwikkelaar BPD. “De ruimte direct om je huis heen is veel belangrijker geworden.” Waar groen vroeger iets was dat je toevoegde, vragen bewoners er nu actief om.
Ruimte en keuzes
En toch komt het groen in de provincie Utrecht steeds meer in het gedrang. Het aantal woningen blijft groeien en de oppervlakte groen per inwoner staat onder druk. Mede daarom is het Groen Groeit Mee Pact belangrijk: meer dan veertig partijen werken samen om groen vanaf het begin van de plannen te laten meegroeien met woningbouw.
Zodra het gesprek van overtuiging naar uitvoering gaat, wordt het echter ingewikkelder. De ruimte is schaars en opgaven als wonen, energie, landbouw en groen concurreren met elkaar. Groen was daarbij lange tijd de sluitpost. Vincent Luijendijk verwoordt die denkwijze met een uitspraak die hij vaak hoort: “Groen is waar de huizen niet komen.” Daarmee laat hij zien dat groen in veel plannen nog steeds eerder als kostenpost dan als investering wordt gezien.
Het kan anders, ook in de praktijk
In zijn boek ‘De fijne stad’ laat Vincent met voorbeelden uit binnen- en buitenland zien dat het ook anders kan. Steden die niet het verkeer of de grondexploitatie leidend maken, maar de mens en de natuur, blijken daar economische en maatschappelijke waarde mee te creëren. Een voorbeeld is de stad Alkmaar, waar een versteende winkelstraat werd vergroend. Hoewel er eerst zorgen waren over de bereikbaarheid, zorgde de vergroening juist voor meer bezoekers en een aantrekkelijker winkelgebied.
Helma Born noemt Rijnenburg als plek waar meerdere opgaven samenkomen. Daar wordt niet alleen gekeken naar woningbouw, maar ook naar landschap en energie. Jannemarie de Jonge verwijst vanuit haar rol bij Collectief Natuurinclusief naar Cartesius in Utrecht, waar nadrukkelijk wordt gekeken naar de relatie tussen gebiedsontwikkeling en gezondheid. Zulke projecten zijn volgens haar belangrijk om van te leren én om te monitoren of de gekozen aanpak echt werkt.
Groen Groeit Mee voorbeeldgebieden
Ook in de Groen Groeit Mee-voorbeeldgebieden wordt hard gewerkt om het anders te doen. Mirjam Sterk is trots op het Kromme Rijn Linie Landschap, waarin natuurontwikkeling, recreatie, cultuurhistorie en woningbouw elkaar versterken. Bijvoorbeeld bij bos Nieuw Wulven, waar bestaande natuur, recreatieve routes en nieuwe ontwikkelingen met elkaar worden verbonden, zodat bewoners vanuit de stad direct toegang hebben tot groen.
Of de Kersenweide in Bunnik, waar niet alleen wordt gekeken naar het aantal woningen, maar ook naar de kwaliteit van de leefomgeving. De handreiking Groen bij uitbreidingslocaties helpt om die kwaliteit concreet te maken, aldus Mirjam.
Helma Born noemt de Tuinen van BPD als voorbeeld van hoe je vóór de bouw al anders met grond kunt omgaan. Gronden die nog wachten op ontwikkeling, worden daar niet leeg gelaten, maar ingezet voor ecologisch herstel, biodiversiteit en nieuwe vormen van landgebruik. Dat gebeurt samen met één van de nieuwste pactpartners Schevichoven Groeit!, die laat zien hoe regeneratieve landbouw een plek kan krijgen in de gebiedsontwikkeling.
Wie moet investeren in groen?
De beschikbare voorbeelden laten zien dat het kan, maar eigenlijk is er een systeemverandering nodig. Vincent Luijendijk wijst op de manier waarop we rekenen in de grondexploitatie, de zogeheten grex. “De grondexploitatie stopt op het moment dat de laatste woning is opgeleverd.” Maar de waarde van groen begint vaak pas daarna. De baten landen bijvoorbeeld bij gezondheid, leefkwaliteit of productiviteit.
Ook Helma Born ziet dat in de praktijk. In gebieden zoals de Gnephoek, bij Alphen aan de Rijn, vraagt het landschap om een veel langere tijdshorizon. Volgens haar moet je daar eigenlijk al tien jaar eerder beginnen met nadenken over de ontwikkeling van het landschap, terwijl die ontwikkeling ook nog jaren doorloopt nadat de woningen zijn gebouwd.
Dat roept een nieuwe vraag op: wie zou eigenlijk moeten investeren in groen? Want als een groene leefomgeving leidt tot gezondere inwoners en lagere zorgkosten, ligt daar dan niet een rol voor partijen buiten de ruimtelijke ordening? Mirjam Sterk noemt als voorbeeld de zorgsector. “Zorgverzekeraars zijn bezig om kosten te drukken en de zorg betaalbaar te houden. Dan zou je ook kunnen kijken wat investeren in een gezonde leefomgeving oplevert.”
Samenwerken in de praktijk
Soms is de zoektocht letterlijk voelbaar. Harry Boeschoten haalt daarbij een uitspraak van een oud-collega aan: “De nota is de grafzerk van het proces.” Met andere woorden: zodra het pact is ondertekend, verdwijnt het in een la en is de beweging eruit. Mirjam Sterk ziet dat beeld niet terug in Groen Groeit Mee. Zij noemt het pact meer “een soort van gemeenschap die de intentie heeft om iets op een hoger plan te brengen.”
Wat de podcastserie van 2025 hierin laat zien, is dat Groen Groeit Mee een beweging is die zich in elk gebied en in elke situatie opnieuw moet bewijzen. Misschien zit daarin wel de belangrijkste les uit de vier podcasts. Samenwerking vraagt om de bereidheid om elkaar te blijven opzoeken en steeds weer te kijken hoe groen een volwaardige plek krijgt in de leefomgeving. Groen Groeit Mee is daarmee nooit af. Uiteindelijk bepaalt de samenwerking of het lukt.