Van stad tot buitengebied: groen als gezamenlijke verantwoordelijkheid

In de regio Utrecht wordt volop gebouwd. Nieuwe woningen, werklocaties en infrastructuur vragen om ruimte. Tegelijk groeit de behoefte aan plekken om naar buiten te gaan, te bewegen en te ontspannen. Die opgave stopt niet bij de gemeentegrens en vraagt om gezamenlijke keuzes. Binnen Groen Groeit Mee werken de provincie Utrecht, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties samen om groen en water volwaardig mee te laten groeien met ruimtelijke ontwikkelingen. Wethouders Linda Voortman (Utrecht) en Hilde de Groot (Bunnik) zitten beiden in het bestuurlijk overleg van Groen Groeit Mee. Vier jaar na de ondertekening van het pact vertellen zij wat het samenwerkingsprogramma oplevert, op welke manier stad en omliggende gemeenten elkaar nodig hebben en welke lessen zij meenemen richting 2030.

“Bunnik is een kleine gemeente met grote ruimtelijke opgaven,” vertelt Hilde. “Wij gaan van ruim zesduizend woningen naar bijna tienduizend. Dat is een forse ambitie, zeker als je bedenkt dat we ook te maken hebben met recreatie, landbouw, natuur, energie en klimaat. Alles heeft een plek nodig en die ruimtelijke puzzel kunnen wij als gemeente niet in ons eentje leggen. Daarom werken we binnen Groen Groeit Mee intensief samen met partners uit de regio.”

Linda herkent die druk op de woningbouw. “Ook de stad Utrecht groeit flink de komende jaren,” zegt ze. “Het is essentieel dat het groen meegroeit met de woningen die we bouwen. Zeker in een drukke stad heb je natuur nodig om tot rust te komen en elkaar te ontmoeten.” Tegelijk ziet ze hoe kwetsbaar groen is in het publieke debat. “Natuur heeft geen stem. Planten en dieren kunnen niet op de publieke tribune van de gemeenteraad plaatsnemen, dus wij moeten voor hen opkomen.” 

Hilde de Groot en Linda Voortman
Wethouders Linda Voortman (Utrecht) en Hilde de Groot (Bunnik)

Utrecht kijkt hierbij nadrukkelijk over de eigen gemeentegrens heen. “Onze inwoners gaan vaak de stad uit om te recreëren en komen dan in het grondgebied van gemeenten als Houten en Bunnik. Zij hebben ruimte die wij binnen de stad niet kunnen bieden. Wij kunnen aan die ruimte bijdragen met geld, menskracht en lobby richting Den Haag. Zo helpen we elkaar om onze plannen ook echt voor elkaar te krijgen.”

Waar samenwerking concreet wordt: Kromme Rijn Linie Landschap

Die samenwerking wordt concreet in het Groen Groeit Mee voorbeeldgebied Kromme Rijn Linie Landschap. Dit gebied van ongeveer vierduizend hectare, aan de oostkant van Utrecht, verbindt de stad met het omliggende landschap en raakt onder meer Utrecht, Bunnik en Odijk. “Hier komt alles samen,” zegt Hilde. “Recreatie, natuur, erfgoed en landbouw en de druk van verstedelijking.”

Het gebied omvat recreatiegebieden als Amelisweerd en Rhijnauwen, Fort Vechten, Nieuw Wulven en de Laagravense Plassen, maar ook landschapselementen als de Kromme Rijn, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes. “Die combinatie maakt het gebied waardevol én complex,” aldus Hilde. “Dit is geen gebied waar je als losse gemeente even een plan voor maakt.”

De krachten bundelen

Volgens Hilde lagen ideeën voor het gebied al langer op tafel. “Ik ben hier al jaren mee bezig, maar als individuele wethouder met een goed idee kom je vaak niet veel verder.” Groen Groeit Mee was het vliegwiel waardoor de ontwikkeling op gang kwam. “We hebben als gebiedspartners samen geld ingelegd, een projectleider aangesteld en we zijn aan de slag gegaan met een gezamenlijk ontwikkelperspectief. We hebben daarin samen met belanghebbenden en omwonenden vastgelegd wat we met elkaar willen: meer natuur, betere recreatie, goede verbindingen en behoud van de landschappelijke kwaliteit.”

Die gezamenlijke aanpak wierp ook financieel zijn vruchten af. “Het ontwikkelperspectief kon vrijwel één op één worden meegenomen in het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Daardoor is er nu een flinke hoeveelheid geld beschikbaar gekomen voor de ontwikkeling van natuur, water en landschap.”

Linda ziet het Kromme Rijn Linie Landschap als belangrijk leergebied voor Groen Groeit Mee. “We hebben geleerd hoe je met elkaar een gebiedsgericht plan maakt, welke partners je daarbij nodig hebt en hoe je de samenwerking organiseert. Die ervaring nemen we mee naar andere gebieden, zoals het nieuwe voorbeeldgebied Noorderpark.”

Groen Groeit Mee vraagt om breder kijken

Tegelijkertijd laat het Kromme Rijn Linie Landschap zien dat succes niet vanzelfsprekend is. Een knelpunt is de bereikbaarheid. “Het gebied voelt voor veel mensen verder weg dan het is,” zegt Linda. “Je moet over snelwegen, spoorlijnen en onder de A12 door. We hebben betere fiets- en wandelroutes nodig om het gebied goed bereikbaar te maken en recreanten over de regio te spreiden. Daarvoor hebben we elkaar als gemeenten hard nodig.”

Luchtfoto van Castellum Fectio naast de A12 en in de verte de stad Utrecht
De A12 vormt een barrière tussen het Romeinse castellum Fectio en de stad Utrecht

Hoe dat in de praktijk werkt, wordt zichtbaar bij de nieuwe fiets- en voetgangersbrug die de provincie Utrecht realiseert bij station Bunnik over de A12. Hilde benadrukt dat dit geen lobby van Bunnik alleen is, maar een regionale voorziening. “De brug is geen Groen Groeit Mee-project, maar sluit direct aan bij de ambitie om stad en landschap beter te verbinden. Hiermee ontlasten we het woon-werkverkeer rond Bunnik én nemen we een belangrijke barrière weg voor recreanten in de hele regio.”

Daarnaast vraagt de uitvoering om een lange adem. “Dit is geen gebied waar je zomaar even aan de slag kunt gaan,” zegt Hilde. “We hebben te maken met veel grondeigenaren en verschillende belangen. Ook het waterschap, in dit geval HDSR, speelt een belangrijke rol, zeker als het gaat om de combinatie van water, natuur en recreatie. We moeten al die partijen en belangen bij elkaar brengen.”

Wanneer het spannend wordt, staat groen onder druk

Als het gaat om de toekomst van Groen Groeit Mee, hebben Linda en Hilde dezelfde zorg: dat het draagvlak van groen kwetsbaar is wanneer plannen concreet worden. “Aan de oppervlakte vindt iedereen groen belangrijk,” zegt Hilde. “Op vakantiefoto’s staan we niet voor niets allemaal op een berg, bij een rivier of in het bos. En toch zien we dat, wanneer er echt keuzes moeten worden gemaakt, groen snel naar de achtergrond verschuift.”

Linda ziet hetzelfde patroon in de stedelijke praktijk. “Ik kom geen politicus tegen die het belang van groen ontkent. Toch zie ik nog te vaak dat het kortetermijnbelang wint: iets minder groen ten gunste van een woning of landbouw. Dat is geen onwil, maar laat zien hoe moeilijk het is om langetermijnwaarden vast te houden wanneer de druk hoog is.”

Hilde denkt dat dit ook te maken heeft met de abstractie van grote opgaven. “De natuurcrisis, biodiversiteitscrisis en klimaatcrisis staan voor veel mensen ver van hun dagelijks leven af. Andere initiatieven zijn veel tastbaarder. Denk aan een veilige woonomgeving, goede verlichting en begaanbare wegen en paden. Groen en natuur vragen om keuzes waarvan de opbrengst vaak pas later zichtbaar wordt en daarom moeten we hier met Groen Groeit Mee structureel aandacht voor blijven vragen.”

De ambitie: groen als vanzelfsprekend onderdeel van ontwikkeling

Hilde verwacht dat Groen Groeit Mee de komende vijf jaar zichtbare resultaten gaat opleveren. “Waarschijnlijk is een aantal concrete projecten dan al in aanleg of gerealiseerd. Denk aan een nieuw bos langs de A12, een fietspad of het opnieuw zichtbaar maken van de tankgracht als onderdeel van het Waterlinielandschap.” Tegelijk benadrukt ze het belang van bestuurlijk draagvlak: “We moeten blijven vechten om het belang en de waarde van groen hoog op de agenda te houden en ik hoop dat we over vijf jaar weer wat hoger op die stapel liggen.”

Linda kijkt vooral naar de lange termijn en de cultuurverandering die Groen Groeit Mee teweeg brengt. “Ik zou het heel mooi vinden als we het pact eind 2030 niet eens meer hoeven te verlengen,” zegt ze. “Omdat groen dan zo vanzelfsprekend meegroeit, dat mensen zich nauwelijks kunnen voorstellen dat we het ooit apart moesten benoemen.”