Economische koppeling tussen woningbouw en groen is goud waard

Paul Roncken was van eind 2015 tot en met 2023 de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) van de provincie Utrecht. Gedurende deze periode had hij een cruciale rol bij het ontwikkelen van ideeën en concepten voor een groenere leefomgeving. Eén van zijn invloedrijke bijdragen was het Ringpark-advies, wat later diende als uitgangspunt voor het Groen Groeit Mee-programma. In dit interview deelt Paul zijn visie op Groen Groeit Mee en zijn perspectief op de toekomst van groen in de provincie Utrecht.

“De functie van Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit was een relatief nieuw fenomeen toen ik er in 2015 aan begon,” vertelt Paul. “Voor een aantal ambtenaren was dat best spannend, want ik mocht gevraagd én ongevraagd advies geven.”

De tekst gaat verder onder de foto

Portret Paul Roncken
Paul Roncken

Economische koppeling tussen woningbouw en regionaal groen

Eén van Paul zijn eerste adviezen was het Ringpark-concept. “Er lag binnen de provincie nog geen duidelijke visie over de verbinding tussen stad en land,” herinnert hij zich. “Terwijl de bewoners van onze provincie veel waarde hechten aan het buitengebied, de natuur en het cultureel erfgoed, gaat het geld in begrotingen vooral naar mobiliteit en woningbouw. Dat leek mij niet constructief. Zeker omdat er steeds meer aandacht nodig is voor maatregelen op het gebied van biodiversiteit, voedselvoorziening, wateropvang en opwekking van energie. Met het Ringpark-concept zocht ik naar een economische verbinding tussen bouwprojecten en het buitengebied: investeer je in woningbouw en infrastructuur, dan moet je ook investeren in de realisatie van regionaal groen, ook al ligt dat buiten het plangebied.”

Dat regionale groen zag Paul voor zich als groene ringen om iedere woonkern heen. Ringen waarin economie zich vervlecht met natuur, biodiversiteit, klimaatbeheersing en recreatie. In eerste instantie sloeg dit idee goed aan, omdat het al die kleine groene initiatieven bundelde tot een groot en eenvoudig gebaar, in groene ringen. Maar in de loop van de tijd riep de naam 'Ringpark', met name bij kleinere gemeenten, weerstand op. “Sommigen hadden de indruk dat zij hun grondgebied moesten afstaan aan het ‘Ringpark Utrecht’. Dat was natuurlijk helemaal niet de bedoeling, maar ik kan me voorstellen dat er zo over werd gedacht. Want hoe ga je ermee om dat die grote gemeente de inkomsten uit een bouwlocatie krijgt en de kleine gemeente ernaast hier groene vierkante meters voor moet vrijmaken? Hier moet je in goed overleg afspraken over maken en daar was de tijd toen nog niet rijp voor.”

Van Ringpark naar Groen Groeit Mee

Het Ringpark-concept werd daarom tijdens een symposium in 2018 zorgvuldig omgevormd tot Groen Groeit Mee. Daarnaast werd er een eenmalig magazine Ring!, Ring!, Ring!, Ring! uitgebracht om het gedachtengoed te ondersteunen. Hiermee was de basis gelegd voor het Groen Groeit Mee Pact, dat in februari 2022 door destijds bijna veertig partners werd ondertekend. Paul: “De gedachte dat je groen laat meegroeien werd ook overgenomen in het regeerakkoord van 2019-2023 en dat hielp natuurlijk enorm. Het blijft een uitdagende, innovatieve en baanbrekende ambitie om de toekomstige woningbouwopgave aan regionale groenstructuren te verbinden."

Een gebied waar volgens Paul al goede stappen worden gezet, is het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. "Het park heeft een kerngebied met dichte bossen bovenop de heuvel, dat goed wordt beschermd,” vertelt hij. “Tegelijkertijd wordt er geïnvesteerd in de flanken, die er nu kaalgeschoren uitzien, maar waar ruimte is voor nieuwe natuur, bossen, waterberging en recreatie. Dit is belangrijk, omdat er ontzettend veel mensen in de buurt van de Utrechtse Heuvelrug wonen. Met de nieuwe woningbouw zal dat aantal groeien tot ongeveer een miljoen. Door de flanken van de heuvel te vergroenen en te ontwikkelen, kunnen we ervoor zorgen dat zowel de bewoners als de natuur kunnen profiteren van deze groei.”

Recreatie en natuur met elkaar in balans

In het Groen Groeit Mee Pact staat de ambitie om de 'rode' en 'groene' ontwikkelingen in de provincie Utrecht in balans te brengen en te zorgen dat groen een wezenlijk onderdeel wordt van de ruimtelijke programmering. In de Handreiking Nieuwe Woongebieden vertaalt zich dit, bij uitleglocaties met meer dan vijftig woningen, in een richtwaarde van vijfhonderd vierkante meter regionaal groen. Dat is flink, maar het minimaal noodzakelijke, als je het aan Paul vraagt. “Het gaat wat mij betreft echt niet alleen om recreatief en bereikbaar groen, maar juist om het verduurzamen van de regio. Je hoeft niet overal parken en fietspaden aan te leggen, maar kunt ook een reguliere landbouwer helpen om kringlooplandbouwer te worden. Of een bedrijventerrein vergroenen. Wil je de leefomgeving van mensen, dieren en planten gezond en aantrekkelijk houden, dan moet je niet overal recreanten toelaten. Besteed direct om de woonkernen aandacht aan recreatie en zorg dat je, hoe verder je van de mensen af komt, meer aan de natuur werkt.”

Als ‘afscheidscadeau’ voor de provincie heeft Paul, samen met Ruut van Paridon en Karen de Groot, een rapport geschreven waarin hij pleit voor acht landschapszones, die vanuit de bebouwde omgeving helemaal naar de Natura 2000 gebieden lopen. “Het mooie aan dit voorstel is dat je gebruik maakt van verschillende financieringsplannen. Aan de ene kant hebben we de grote woningbouwopgave en Groen Groeit Mee, aan de andere kant hebben we de stikstofregeling met de bijbehorende investeringsagenda. Als je die twee geldstromen bij elkaar brengt in samenhangende landschapszones, dan kun je een enorme impuls geven aan de stad-land relaties in de regio.”

Ontmoetingen in de buitenlucht op een eigen bankje

Hoewel Paul zijn functie als Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit nu achterlaat, zal hij ambassadeur voor Groen Groeit Mee blijven. “Als ik word uitgenodigd om ergens te spreken, dan noem ik Groen Groeit Mee altijd als voorbeeld. Ook in het buitenland, waar ze dan met de oren klapperen. Die economische koppeling tussen woningbouw en regionale groenontwikkeling is echt uniek en heeft al een enorm leerproces doorgemaakt.” Als blijk van waardering gaf Groen Groeit Mee hem bij zijn afscheid een eigen Waterliniebankje, dat nog voor de zomer geplaatst wordt langs het inundatiekanaal vlakbij Fort de Batterijen en de Plofsluis. “Als ‘mijn eigen bankje’ er straks staat, dan heb ik een soort klaslokaal in het toekomstig Ringpark om er met andere mensen in de buitenlucht over verder te praten!”